Quiet and safe camping in the west of Mali
Header

Juni 2014, Nederlands

Juni 2014 nl

Juni is de maand dat het regen seizoen aarzelend aanvangt. De regens zijn onvoorspelbaar. Het ziet er vaak dreigend uit maar het blijft droog. Als het dan wel regent, komt het met geweld. Zoals halverwege deze maand toen het leek alsof er een zon verduistering plaats vond. De lucht werd inktzwart, ik kon zelfs de dam verderop niet meer zien. De wind huilde en dreigde mijn pas geplaatste bamboe matten van het dak af te scheuren. Dat kon ik nog net voorkomen door ze in volle wind met nog wat extra ijzerdraad vast te zetten. 60 mm regen viel er in twee uurtjes. Dit zijn flinke en linke regens. De aarde is nog keihard en droog. Daarom stroomt al dit water, in plaats van in de grond te trekken, richting rivier, alles met zich mee nemend.
Daarna bleef alles weer dagen lang heet en droog en de aarde werd weer kurk droog en hard. Het is onvoorspelbaar in Juni. Je ziet wel dat men hier de terreinen begint schoon te maken om te gaan ploegen. De kleine struikjes worden gekapt, de resten van vorig jaar bij elkaar geharkt en dan in de fik gestoken, men is klaar om te beginnen.
Ook ik heb een halve hectare klaar om te gaan verbouwen. Zo gauw het geploegd is ga ik er mais, pinda’s en bonen op planten. Het was nog geen makkelijke beslissing. Want elk gewas heeft zijn voor en nadelen. Het stuk land ligt naast de weg en ook naast een heuvel van rotsen. De weg betekend veel voorbijgangers, dus ook veel dieven. Alleen mais planten zou het meest opbrengen maar langs de weg wordt veel van je mais gestolen door voorbijgangers. Zeker de kids, op hun ezel kar, willen er graag even af springen om een kolfje onderweg te schransen. Als die kids het niet doen, dan komen de apen naar beneden om zich tegoed te doen aan de jonge mais kolven. Pinda’s planten is zekerder maar is veel bewerkelijker. Niet zozeer het planten maar wel het oogsten want de pinda’s groeien onder de grond en moeten dus uitgegraven worden. Bonen daarentegen zijn makkelijk te verbouwen maar hebben weer het probleem dat insecten deze ook lekker vinden. Dus besloot ik om ze alle drie te planten om te leren. Boer casper.
Wat er in de bijbel en Koran staat, dat is echt, geen verzonnen verhaal. Tenminste, volgens Boly. Er was eens een huis in Kayes, dat brandde af. Alles werd in het vuur vernietigd. Toen men echter na het blussen het karkas van het huis in liep, lagen daar, onbeschadigd, de Koran en de Bijbel. Dat zijn van die verhalen die ik van Boly te horen krijg. Hij gelooft ze ook nog echt. Ik ken geen huis waarin en een bijbel, en een Koran ligt, maar dit soort verhalen gaan altijd de ronde.

Religie maakt veel kapot en zorgt ervoor dat een land zich minder snel ontwikkeld. Men is trots op alles wat goed gaat maar zo gauw er iets fout gaat is dit de schuld van God en daar kan je dus niks aan doen. De volgende keer, in de zelfde situatie, zal men het daarom niet anders doen. Men is niet nieuwsgierig en zal niet experimenteren, men leert niets van de eigen fouten. Het zijn immers niet hun eigen fouten, het is God die het doet. Als God immers wilt dat het niet lukt, dan gaat het ook niet.

Ik heb dit soort praktijken al zo vaak meegemaakt dat ik er niet meer van opkijk maar het maakt je soms wel een beetje moe. Iemand die het beter beschreef dan ik, is Yvonne van Gerwer. Ze woont in het noorden van Mali en is het soms ook wel eens zat. Zo schreef ze op haar website (http://rondombaba.blogspot.nl) het volgende :

“Ik investeer veel, ben elke dag paraat, maar jullie pakken niets op, jullie houden maar vast aan jullie stomme tradities, jullie communiceren niet, jullie zien de realiteit niet onder ogen, jullie bidden maar de godganse dag en dan gaan jullie binnenkort ook nog een maand vasten, dan ligt Mali in coma, eigen verantwoordelijkheid, ho maar, bij alles roepen jullie dat Allah het wel zal doen. En als het fout gaat gaan jullie onder een boom zitten theedrinken ……….., ik ben het zat” roep ik vertwijfeld.

Ik kan me haar sentiment zo goed voorstellen dat ik jullie deze woorden niet wilde onthouden. Onder aan dit bericht vind je van dezelfde Yvonne Gerwer een goed leesbare analyse van de situatie in Mali, want rooskleurig ziet het er momenteel niet uit.

Met de tuin van de vrouwen van Dialakoto gaat het goed. Het gewas staat hoog en groot, men is er elke dag wel bezig. Er staan veel ocra planten, daar is men hier dol op. (mocht je het niet kennen, het zijn stengels van een cm of 10, groen en spits toelopend. Als je ze kookt of bakt komt er een slijmerig vocht uit waardoor alles in een soort snot achtige massa verandert. De smaak zelf is redelijk neutraal.) Persoonlijk ben ik er geen fan van maar de gemiddelde Malinees lust er wel pap van. Slijmerige pap dan.

Het water probleem, waar ik al eerder over heb geschreven is nog steeds niet opgelost, maar wel een beetje ontzenuwd. Korte recapitulatie. De waterleiding maatschappij heeft een officiële brief aan alle tuinen aan deze kant van de rivier gestuurd met de melding dat alle aansluitingen illegaal zijn en verwijdert gaan worden. Die van de tuin voor de vrouwen van Dialakoto, maar ook mijn eigen aansluiting. Sinds die brief is er een hoop gebeurd en iedereen spreekt schande van deze actie. Ik heb een officiële brief klaar liggen, getekend door alle tuinhouders, met daarin weerwoord. Maar zo werkt het blijkbaar niet in Afrika. Alles gaat achter de schermen. De burgermeester, alle loodgieters, alle vriendjes van alle vriendjes, iedereen bemoeit zich er mee. Zoals gezegd, zonder uitzondering spreekt iedereen er schande van. De waterleiding maatschappij heeft dat nu ook door en begint te sputteren. Dan hoor je weer zo’n verhaal, dat hoor je weer wat anders. Maar de brief wordt mij geadviseerd niet te sturen. De situatie, zoals ik hem nu begrijp, is dat de waterleiding maatschappij, in een poging gezicht te redden, meld dat men het zo heeft gespeeld omdat ze niet wilt dat er nog andere aansluitingen komen. Het water in de pijp is immers bestemd voor een irrigatie project verderop (dat nu ligt te verroesten) en als iedereen maar aftapt dan arriveert dat water niet op de bestemde plaats. Nu zou iedereen bang zijn en dat was hun doel.
Vaag allemaal, maar zoals het er nu uit ziet raken we onze aansluiting niet kwijt. Dit verhaal zal echter vast nog wel een lange staart krijgen.

Op de helft van de maand vertrok ik voor een paar dagen naar Bamako. Mijn paspoort moest verlengd gaan worden, had wat dingen nodig en wilde dit alles voor de echte aanvang van het regenseizoen doen. Dan is het immers maar de vraag of ik weg kom, de wegen kunnen zo doordrenkt zijn dat een ritje Bamako wel eens onmogelijk, ieder geval erg moeilijk wordt. Elke keer als ik naar Bamako rijd gaat het sneller, nu was ik er al om half drie in de middag. Had dan wel een mede reiziger een stuk laten rijden zodat ik wat kon uitpuffen. Had trouwens me hele auto wel vol passagiers kunnen laden, iedereen wilde meerijden. Kemoko, een winkelier uit Manantali (maar wonend in Dialakoto) wilde ook graag mee. Hem moest ik teleurstellen, hij moest met de bus, wat later op nogal nare gevolgen had.
In Bamako voegde ik me weer bij de 21ste eeuw door een wasmachine te kopen. Heb de laatste 10 jaar mijn was met de hand gedaan dus dit is een ongekende luxe. Nadelen van de met de hand wassen zijn uiteraard dat je niet alles goed schoon krijgt, tenzij je zo hard schrobt zodat je kleding er ernstig van slijt. En het wassen van grote dingen , beddengoed of zo, is bijna niet te doen. Nu ga ik , voor het eerst in 10 jaar, weer eens helemaal schoon zijn.

Het verlengen van mijn paspoort zou een formaliteit moeten zijn, waren het niet dat de ambtelijke molen in Mali ook aanwezig is. Op mijn telefoontje voor een afspraak kreeg ik geen enkele Nederlander te spreken, men weigerde me door te verbinden. Spreken met het gewone volk, bah, daar zijn wij ambasade personeel niet voor. veel te druk met feestjes organiseren.
Ik moest mijn afspraak via internet maken, melde de Frans sprekende man me. Euhhm, monsieur, ik heb geen internet hier. Daar had de man nog nooit van gehoord, (ik heb wel internet hier, maar het is zo traag en onbetrouwbaar dat het invullen van een formulier via internet me dagen gaat kosten, als het sowieso lukt). Geen internet, dan ook maar geen paspoort verlengen was de strekking van de ambasade monsieur.
Gelukkig ken ik de Ambassadeur zelf een beetje, en na een mailtje en wat duwen mocht ik dan toch maandag om twee uur verschijnen op de ambasade. Er werd me een adres gegeven om pasfoto’s te laten maken (die komen nogal nauw) dus was ik netjes om twee uur op de ambasade, na een tandenknarsende rit dwars door bamako. Van mijn hotel naar de ambasade is 8 km, het verkeer stond echter knal vast en het duurde 1 uur en 15 minuten voor ik was.
Ook nu kreeg ik in eerste instantie alleen maar Malinese mensen achter dikke glazen ramen te zien, bang voor aanslagen of enge ziektes. Vulde netjes de formulieren in en werd naar een ander hokje gedirigeerd. Daar zag ik de eerste Nederlander zitten, ook nu weer achter dik (kogelwerend?) glas. Allemaal onpersoonlijk en afstandelijk. Maar mijn ervaringen met ambassades zijn vrijwel nooit goed. Mijn formulier werd minutieus geanalyseerd, waarna mijn pasfoto op een scanner gelegd werden. Snap overigens niet waarom je twee foto’s in moet leveren als toch alles ingescanned wordt, dat even tussendoor. Oops, uw foto is niet goed, melde de medewerkster van de ambasade. uw hoofd is een paar mm te groot op de foto, het spijt ons, U moet met andere foto’s komen. De fotograaf zat precies aan de andere kant van Bamako, dat ging niet meer lukken vandaag. Gelukkig zat de fotograaf vlak bij mijn hotel, die liet ik nog snel maar even twee verschillende setjes maken voor de volgende dag.
Ik mocht de volgende dag om 8 uur in de morgen komen. Was iets te laat door wederom verkeer dat verschrikkelijk was, maar dit keer was de fotogod mij gunstig gezind. Tegenwoordig zijn zaken en gewone paspoorten even duur, bestelde dus maar een zakenpaspoort en hoppa, alles lukte, de aanvraag werd geaccepteerd.

Behalve een wasmachine en een paspoort schafte ik wat tuinspullen aan, veel koffie en andere etens dingen, drie kratten sodawater en veel onderdelen voor mijn auto. Het werden twee dure dagen.
De rit terug verliep probleemloos en de 18e was ik net op tijd terug om Nederland moeizaam tegen Australië te zien winnen.

Ondertussen was Boly 3 dagen naar een trouw partij. Elke trouwerij, drie dagen. Dat kost een hoop tijd en een hoop niet productieve dagen zeg. Boly wilde graag, het is de dochter van zijn grote halfbroer. Dan denk je, hij komt wel een dag in het weekend werken om de verloren tijd (dus ook geld) in te halen, maar niks ervan. Ik begin een beetje aan de motivatie van Boly te twijfelen. Ben niet echt tevreden over de groentetuin, dat is het enige wat hij hier doet. Het onkruid groeit en wordt niet echt bijgehouden. De opbrengst van de tuin is al twee maanden nihil. Ik tref hem vaak dat hij te laat begint en ook te vroeg weg gaat. Zal binnenkort toch eens met hem moeten gaan praten. Heb dat al eerder gedaan maar er komt niks uit. Zijn hoofd is leeg. Hij heeft geen ideeën, wil niks oplossen of experimenteren. Maar ik kan hem moeilijk laten gaan, hij is toch ook wel een beetje mijn raam in het Afrikaanse leven. Dus zal het tactisch aan moeten pakken want als je een Afrikaan te hard aanpakt klapt hij dicht en is zijn motivatie helemaal weg. Je moet er dus rondom praten en dat is niet makkelijk.

Ook nog eens het probleem dat de Ramadan is begonnen, een zware tijd. Niet eten is misschien nog vol te houden, maar niet drinken in het warme Mali is super slecht voor de gezondheid. Alle mannen lopen er sikkeneurig bij, hebben een adem van dode vogels en lopen alleen maar aan de ondergang van de zon te denken. Nu zou ik ook zo zijn als ik niks mocht nuttigen hoor, maar gezond en productief is het niet. Erger vind ik dat jonge kinderen, die zich groter voelen dan ze zijn, ook vasten. Ik ben geen doktor maar onvolwassen kinderen, in de groei, de hele dag niet eten en drinken, met temperaturen van 42 graden, lijkt me extreem ongezond. Eigenlijk barbaars.

De 22ste had ik mijn terrein verhuurd voor een feest. De jongens, studenten van het lyceum lieten alles een beetje laat en toen de bewuste zondag er was hadden ze nog niks geregeld. Om 1 uur in de middag hadden ze net de stoelen en tafels geplaatst en wat ballonnen opgeblazen. En toen barste er een storm los. Die duurde tot 3 uur in de middag en het feest viel letterlijk in het water.

Ik had twee plastic zakjes met bonen gekocht om te planten, op de markt van Manantali. Daarna ben ik mais en pinda’s gaan halen en daarbij blijkbaar de zakjes boontjes laten liggen. Toen ik thuis kwam snapte ik er niks van. Die bonen konden overal zijn. Ben nog bij de winkelier gaan vragen of ik ze daar vergeten had, niet dus.
Na mijn trip naar Bamako kwam ik weer op de markt, er waren ondertussen 10 dagen verstreken. Liep op de markt toen er plots een oud vrouwtje achter me aan kwam en snel in het Bamabara begon te kletsen. Ik snapte er niks van maar toen ze een plastic zakje open deed lagen daar mijn twee zaken bonen. Die had ik bij haar laten liggen en ik begreep dat ze me elke dag gezocht had maar niet gevonden tot op heden. Ik was erg blij, niet dat die bonen nu zo duur waren ,maar het gevoel dat er eerlijke mensen zijn die je niet proberen te bestelen is toch wel erg prettig.

Rest mij nog het verhaal van die winkelier te vertellen die mee naar Bamako wilde. Omdat ik vol zat, pakte hij de bus. Bij terugkeer miste hij de aansluiting in Kita en moest wachten. Gelukkig ging er een ander busje om 12 uur in de nacht rijden naar Manantali. Vlak voor de afslag in Tambaga lag er een grote houten balk over de weg, het busje was genoodzaakt te stoppen. Op de weg 6 man met pistolen en geweren die beroofde iedereen in de bus. Totdat er een man, buiten de bus, een van de overvallers naar de keel greep. Alle overvallers werden bang en smeerde hem, de moedige man, geheel alleen, riep tegen de passagiers in de bus om hulp, hij had de bandiet al op de grond. Maar iedereen in de bus was te bang om uit te stappen waardoor de bandiet ontsnapte. Er hadden zich gelukkig geen persoonlijke ongelukken voor gedaan maar iedereen was geld en telefoon kwijt en een trauma rijker. Overigens zijn dit uitzonderingen hoor. Het gebeurt zelden, maar het gebeurt. En nu het zo slecht met Mali gaat, er geen vooruitgang in de ontwikkelingen zitten, de armoe toeneemt, neemt ook de radeloosheid toe, waardoor er mensen rare bokkensprongen gaan maken.

In Nederland, zeg ik tegen Boly, onder het bakje avond koffie, kan ik bijna op de minuut voorspellen of het gaat regenen, door middel van de buien radar. Hij kijkt me met een niet begrijpende blik aan. Ik vertel hem, dat als je het weer goed kan voorspellen, je er goed geld mee kan verdienen. Hoezo dan, vraagt hij, wie gaat daar nou voor betalen. Ik leg uit dat bijvoorbeeld de boeren het belangrijk vinden, maar ook de scheepvaart, of dat het gewoon prettig is te weten of je je paraplu mee moet nemen. Boly blijft me met een domme blik aankijken, maar dat ben ik wel gewend. Ach, zegt hij, alleen God kan het weer voorspellen want hij maakt het. Ik begin te vertellen over hoge en lage druk gebieden in mijn beste Frans, maar na een paar minuten geef ik het al op. Ja hoor, zeg ik, alleen God kan het weer voorspellen, en schenk zuchtend nog maar een bakkie in.

Goed, voordat dit verhaal nog langer wordt dan het al is sluit ik af, met dank aan Yvonne van Gerwer. Tevens een copie van haar analyse van de situatie in mali. Tot volgende maand.

Mali, een dronken mango-republiek

In Mopti steunen we de regering !!!
Vandaag is er een “grote” demonstratie in Mopti om steun te betuigen aan de regering. Twintig procent van de bevolking doet mee, volgens Baba. Het zijn de mensen in overheidsdienst, functionarissen, administratief personeel en scholieren die er een dag vrij voor krijgen. De demonstratie vindt namelijk plaats in opdracht van de regering in Bamako. Als je niet meedoet loop je kans je baan te verliezen.

De nieuwe regering
Na kapitein Sanogo, die twee jaar geleden zogenaamd een einde aan de corruptie wilde maken, een staatsgreep pleegde, daarvoor een aantal mensen smerig uit de weg ruimde en en passant ook wat miljarden in zijn broekzak stopte en uitdeelde, (hij bromt inmiddels in de gevangenis) had de kersverse, “democratisch” gekozen regering van premier IBK en zijn eerste minister Moussa Mara steun nodig.

Steun omdat het niet meer duidelijk was of hun regering een vooruitgang betekende of slechts een volgende episode in de rij van groezelige politiek. En voor het verwerven van steun zijn alle middelen hier heilig. Geld is er genoeg hoewel de Wereldbank een nieuwe toestroom van geld opgeschort schijnt te hebben nadat de premier voor 30 miljoen euro een nieuw vliegtuig had aangeschaft voor zijn staatsbezoeken terwijl er nog een vliegtuig was van zijn voorganger. En dat niet alleen. Een rolls royce, nieuwe motoren voor zijn garde, een opknapbeurt voor zijn paleis enzovoort. En dat alles onder het motto: “Einde aan de corruptie” en “Mali d’abord” (mali eerst). In de volksmond heet het nu: “ma famille d’abord” omdat zijn grote kring van familieleden, vrienden, hielenlikkers en wat dien meer zij meegenieten uit de pot.

Het liep zo de spuigaten uit dat er flinke kritiek kwam en de regering onder druk kwam te staan. Terwijl het land gebukt gaat onder de armoede lijkt het erop dat de politici in Bamako volledig in beslag worden genomen door hun eigen politieke en inter-relationele choreografie.

De hele wereld in Mali
Ondertussen zijn militairen, politie-opleiders, rechters en anderen uit de hele wereld gestationeerd in Mali en proberen de rust terug te brengen. Natuurlijk doen ze dat niet in de eerste plaats om Mali te helpen maar vooral uit eigenbelang. Daar is men gelukkig ook helder en eerlijk over. En het helpt wel!

Terwijl zij verspreid zijn over het hele land, (soms ga ik eten in het hotel van mijn vriendin Martine en bevind ik me ineens tussen een erudiet gezelschap vanuit de hele wereld) hokken de Malinese politici, overheidsdiensten en Ngo’s in de hoofdstad Bamako. Zij schitteren door afwezigheid in de rest van het land, waar vooral in het uiterste Noorden door de internationale hulp een fragiel bestand leek te bestaan tussen de rebellerende Toearegs en het Malinese leger.

“Onze” militairen zitten in Gao en moeten vooral hun ogen en oren gebruiken in de strijd tegen de jihadisten en terroristen. Dat zijn veelal geen Malinezen. Zij strijden in Mali voor een karikatuur van de islam, (wat zij voorstaan heeft niets te maken met de gematigde, zachte Islam zoals ik die hier tegenkom) en verdienen bakken geld aan handel in drugs (voor “onze” cocaïneverslaafden), gijzelaars en sigaretten.

De Toearegs en de jihadisten en terroristen
De Toearegs (een deel van), die hun “eigen” land terug willen, o.a. omdat ze vinden dat ze achtergesteld worden, worden bijgestaan door de bovengenoemde Alqaida gerelateerde groepen want die beschikken door hun handel over veel poen en wapens. Bovendien lijkt het erop dat Frankrijk ze,
( de Toearegs) de hand boven het hoofd houdt, ook weer uit eigenbelang, want er zouden belangrijke grondstoffen in het zogenaamde grondgebied van de Toearegs, de Azawad, zitten. En de oud kolonisator van Mali, Frankrijk, draait economisch voor een niet onaanzienlijk deel op zijn oude koloniën. Zonder de inkomsten van hun vroegere Afrikaanse koloniën zou het donker worden in Frankrijk. zie http://www.dewereldmorgen.be/artikel/2014/05/05/afrikaanse-landen-betalen-nog-koloniale-schuld-aan-frankrijk

Tussen de beide “ideologische” partijen, de Toearegs en Alqaida zitten inmiddels tientallen splinterpartijen, die elk hun eigen menuutje hebben samengesteld, een beetje jihad, een beetje Azawad, drugs voor eigen gebruik, verkrachten en beroven en die, als ze niet samen vechten tegen de grote boze vijand elkaar en de arme bevolking het leven onmogelijk maken. Voortdurend wordt er overgelopen van de ene naar de andere groep, ideologieën en stamverbanden lopen door elkaar heen, nieuwe groepen ontstaan en het is voor de gewone man al lang niet meer uit elkaar te horen wie bij wat hoort.

Dispensatie van Allah
En dit alles bij temperaturen boven de 50 graden en binnenkort ook nog met een maand ramadan waar overdag niets gedronken mag worden. Ik neem aan dat de strijders dispensatie krijgen van Allah, nog een reden om je bij zo’n groep aan te sluiten.

De regering op stap
Het leek er dus op dat er rond het conflict van de Toearegs met Mali, gecentreerd in Kidal, een fragiel bestand was gecreëerd in afwachting van vredesonderhandelingen. Maar die vredesonderhandelingen kwamen niet op gang want de regering in Bamako had het nog steeds druk met andere zaken.
Tot, twee weken geleden, de eerste minister, Mara dus, besloot om een bezoek te brengen aan Kidal, de meest noordelijke stad van Mali waar de Toearegs hun bolwerk hebben.
De eerlijkheid gebied om te zeggen dat het erop leek dat dit manmoedig maar rampzalig besluit mede ontstond omdat het een beetje heet werd onder zijn voeten en boven zijn hoofd in Bamako waar hij had gelogen dat hij scheel zag over de aankoop van het vliegtuig en andere zogenaamd belangrijke bestedingen van zijn premier.
Hij ging dus een bezoek brengen aan Kidal.

En daar liep het mis.

Oorlog
De Toearegs en het Malinese leger raakten slaags. Mara werd, met zijn naaste medewerkers, met behulp van Minusma en Frankrijk de zandstad uitgesluisd, maar niet nadat hij eerst krachtig had uitgeroepen: “De oorlog is begonnen!!”
Vijftig Malinese soldaten werden gedood, er waren veel gewonden en ook schoten de Toeareg een aantal Malinese functionarissen dood die daar de regering vertegenwoordigden.
In de tijd dat Mara naar veiliger oorden werd vervoerd slaagden de Toearegs erin, samen met hun uit het niets tevoorschijn tredende terroristische Alqaida-vriendjes
( we dachten immers dat die gevlucht of gedood waren voor de fransen en aanverwanten) nog een paar andere steden te bezetten.
Doden, gewonden, verwarring, wanhoop bij alle partijen.

De publieke opinie
De Malinese bevolking schreeuwde moord en brand. De enige informatie die de ongeletterden krijgen, krijgen ze via de staatstelevisie en een groep Malinese journalisten die het als hun taak schijnen te beschouwen om op te hitsen.
“ Mali slachtoffer van internationaal complot” kopte de krant o.a. “Minusma en Frankrijk doen niets”, “Weg met Koenders”.

sommigen roepen nu zelfs Poetin te hulp in de misere
Een paar dagen later vertrokken het hoofd van de Afrikaanse Unie, tevens president van Mauritanië en Bert Koenders, chef van Minusma, naar Kidal om een “staakt het vuren” af te sluiten met 3 van de belangrijkste Touareggroepen. Malinese regering in geen velden of wegen te bekennen.

De president van de Afrikaanse Unie en Koenders in Kidal
Oorlog begonnen volgens Mara, oorlog na twee dagen weer gestopt, volgens hulptroepen. Wie het Malinese leger de opdracht had gegeven om de oorlog te beginnen?
Met die vraag houden ze zich nu bezig in Bamako. “Wij zijn niet verantwoordelijk” roepen ze en kijken ondertussen welke Zwarte Piet het beste ingezet kan worden om hun eigen hachje te redden.
( de zwarte piet gaat naar de minister van defensie liet een neef van hem vandaag weten, IBK wast zijn handen in onschuld!)
En er is weer werk aan de winkel want de geloofwaardigheid van de regering is tanende en dus roepen ze op tot eenheid en samenwerking en organiseren steunbetuigingen zoals vandaag in Mopti. De bevolking snapt er niets meer van en de openbare opinie vliegt van links naar rechts.

De fundamentalisten
De fundamenten varen ondertussen wel bij dit alles. De fundamentalistische Islam (niet te verwarren met de jihadisten maar wel die richting uit) groeit als kool; de moskeeën schieten de grond uit en de wandelende zwartjurken nemen hand over hand toe. Ze hebben hun eigen scholen waar kinderen goed onderwijs krijgen, ze delen voedsel uit aan de armen en zijn bevlogen om de bevolking te helpen, al is het onder voorwaarde dat je bij hen gaat horen. Tja, wat kies je dan als je honger hebt en een onzekere, blunderende regering die blaakt van afwezigheid?

Here Bugu
Op Here Bugu, een kleine miniwereld, proberen we bij al dit gekrakeel het hoofd koel te houden, al is dat lastig bij deze temperaturen en de voortdurende zand- en stofstormen.
We krijgen veel bezoek, Malinees bezoek. Ze hebben over ons gehoord en willen het met eigen ogen zien. Baba, die de rondleidingen verzorgd, ligt soms uitgeput in de hangmat en kan alleen maar kreunen als er weer iemand voor de deur staat.
We hebben mensen van verschillende geloven (ook onder de stromingen in de islam onderling), van verschillende etnische groeperingen, mannen en vrouwen.
Maar de emoties zijn sterk en zitten bij iedereen vlak onder de huid

Ondanks alles
Mali heeft het moeilijk. Mali wordt in het westen geassocieerd met “oorlog”, met onveilig en gevaarlijk. Maar Mali is heel groot. Voorbij Mopti begint het Noorden en daar moet je nu niet zijn jammer genoeg.
Dat wil echter niet zeggen dat Mali in zijn geheel onveilig is. Ik ben hier al vijf jaar en de laatste jaren als eenzame “blanke” tussen de zwarte bevolking. Ik kan me vrij bewegen, vrij rondreizen en voel me nooit onveilig en dat is ook het geval voor de andere Nederlanders die hier zijn, voor zover ik weet.
En iedere dappere blanke die de publieke opinie negeert, hier op bezoek komt en luistert naar de adviezen van wat wel en niet te doen zal bevestigen dat Mali nog steeds een heel mooi land is, een land met prachtige mensen waar je vol inspiratie weer vandaan komt.

Likes(4)Dislikes(0)

312total visits,3visits today